Mee naar dromenland
“Waar ben je?” hoor ik hem plotseling roepen.
Ik antwoord “Hier.”
Hij strompelt zijn bed uit, waggelt in mijn richting en zegt “Ik ga mee met u.”
“Mee naar waar?” vraag ik stomverbaasd, een beetje smalend.
“Pfff” zucht hij met zijn ogen halfopen, volledig verdoofd.
Hij ploft neer in zijn bureaustoel. De kat kruipt krijsend van onder zijn achterwerk.
Hij kijkt mij aan, een beetje verontwaardigd, zijn gezicht getekend met slaapstriemen. Hij trekt zijn kleren uit en duikt opnieuw in bed.
Ik kom niet meer bij van het lachen. Slaapdronken noemen ze dat.









ROFLMAO! Die arme kat;)
Voor wij Gaia hier aan de deur krijgen: de kat was na twee minuten weer het om eten smekende, in frigo kruipende, knorrende schepsel. Na een kwartier lagen ze allebei naast elkaar te ronken, de ene al wat luider dan de andere.