De vrucht van mijn zoektocht: sappig en vet
Na bijna vier maanden zoeken had ik nog niet opgegeven. Integendeel, de honger was zo groot geworden dat ik niet meer op zoek was naar een ‘hapje’ maar naar een sappige steak met vette frieten en een kwak mayonaise. F daarentegen had de moed opgegeven en berustte in het idee dat hij zijn leven zou slijten in Ename of dat hij ooit de Lotto zou winnen. Mijn vader begreep er niets meer van en staakte het meezoeken: “Wat willen jullie eigenlijk? Een rijhuis aan een drukke baan, een huis in ‘t stad zonder tuin, een boerderij met 30.000m2, een loft, een idyllisch huis of een behekst huis in the middle of nowhere?” Ja, als je het zo op een rijtje zet, klinkt onze zoektocht een beetje ridicuul… We willen eigenlijk het beste van allemaal. Is dat geen mooi compromis? De mama lachtte terwijl de papa zijn haren uittrok.
De volhouder wint… Geloven in jezelf en in dat beetje geluk. En op een dag, die beruchte dag (2 juni 2005) las ik de volgende advertentie op Immoweb:
” 3 slaapkamers, bewoonbare oppervlakte 150m2, terrein: 3320m2, Vleesstraat 13, 9700 Oudenaarde. Rustig gelegen, landelijk, kan meteen betrokken worden, is onmiddllijk vrij, prijs is te bespreken. Bouwjaar 1938. Vier gevels, verwarming op mazout, teledistributie, dubbel glas, oriëntatie van de tuin oost.”
Geen foto. Ik grabbelde naar mijn autosleutels en vloog de deur uit, de stratenatlas onder de arm. Daar aangekomen deed ik haastig mijn ronde en keurde het goed. Op het eerste zicht wel ok maar waar ligt die grond? Achter het huis of naast het huis? Beide weides waren verbonden met elkaar waarop twee nieuwsgierige koeien rondliepen. Kanshebber. Gebeld naar de eigenaar. Ik kreeg een zware stem aan de telefoon. En mijn geratel begon:“Blablabla. Aub meneer, geef ons een kans. Het is toch nog niet verkocht? We zijn al zo lang op zoek. Wil het huis dolgraag zien. Verkoop het niet zolang wij niet geweest zijn. T’is hier prachtig. Ik wil een afspraak. Aub, geef mij een afspraak. Zo snel mogelijk. Toeoeoeoeoe…” Een stilte gevolgd door de zware stem: “Is donderdag goed?”. Ik dacht bij mezelf ‘waarom niet NU?’ maar zei: “Goed, als u mij belooft het niet te verkopen voor wij geweest zijn.” De man lachtte. Ik niet.
Onmiddellijk reed ik huiswaarts bij mama en papa en belde ondertussen F op. Onbereikbaar… Zucht. In het ouderlijk huis trof ik enkel de broer aan. Onder licht protest sleurde ik hem de auto in. Het was maar op vijf minuutjes rijden. Daar aangekomen, stond de voordeur open. De eigenares was daar net een koppeltje de tour aan het geven. We wachtten buiten. Na het vertrek van de potentiële kopers (ik gaf ze een doodse blik) gaf de dame ons de rondleiding. Blijkbaar had ik haar broer aan de lijn gehad. Het huis was hun ouderlijk huis maar hun moeder was te oud om nog alleen te wonen.
Het huisje zag er binnenin niet echt comptemporain uit. Alles was sterk verouderd. De voorgevel was wel voorzien van dubbel glas, de dakstructuur was in orde, de kelder was droog. De keuken stelde niet veel voor. Een inox pompsteen op wat gemetste muurtjes. Er lag wel een mooi vloertje in de living. De badkamer was, voor wie van very retro houdt, een knaller. Boven waren de kamers opgedeeld met geperste kartonnen platen. De twee kinderkamers hadden zelfs een gemeenschappellijk licht, ingewerkt in de scheidingswand. Het toilet was buiten. Achteraan het huis was er nog een aanbouw met stalletjes en een zoldertje. Lots off work, lots off potential. De dame legde uit dat de tuin helemaal tot achterin liep. De weide naast het huis was van een boer. Die achter het huis hoorde er dus bij. Dat gaf de klik. Een huisje waar we iets konden van maken met een tuin om ‘U’ tegen te zeggen. F nog steeds onbereikbaar keerde ik gefrustreerd naar huis. De dame zei dat het koppeltje ook erg geïnteresseerd was…
s’Avonds, wanneer ik F eindelijk te pakken had, ratelde ik aan één stuk door over het huis. “Jaja, kzal morgen wel eens gaan kijken.” was de niet erg enthousiaste reactie. Over mijn toeren kroop ik in bed en droomde over Vleesstraat 13. De volgende dag rinkelde mijn telefoon rond 16.00u. Ik was nog aan het werk. Het was F: “Dat is het, dat is het.” zei hij en hing op.
Eindelijk donderdag. Bij aankomst stond een grote man in de deuropening. De zware stem verwelkomde ons. “Ja, er komt nog wat volk…” Mijn vader, broer en schoonouders waren onderweg. De mama kon niet, ze zat in haar avondles. De zus van zware stem was daar ook. F kreeg de rondleiding maar lonkte voortdurend uit elk raam dat hij tegenkwam. De tuin lokte hem. Trampelend van ongeduld ging hij eindelijk naar buiten met zware stem. Na het horen dat de weide erbij was, klauterde F onder de prikkeldraad en liep naar het uiterste einde van de ‘tuin’.
Na wat heen en weergeloop gingen we naar binnen om een bod te doen. Spannend! De schoonvader nam het woord en zei ons bod. De eigenaars maakten ons duidelijk dat het een goed bod was maar dat ze nog wouden wachten op het bod van het koppel. Lap, we zijn weer aan dat opbieden. Geen schijn van kans. Hoger dan ons bod zouden en konden we niet gaan. De moeder van F, een haai in het zakendoen, stelde haar pionnen op en begon te spelen. Maar het was geen schaakmat. Zaterdag zouden we meer horen.
Met lood in de schoenen trokken we richting auto, een laatste blik op deze klikker. De eigenaars kwamen aan de voordeur staan en riepen: “Wacht.” Huh? Waren we iets vergeten? De dame kwam naar ons toegelopen en riep: “Het is goed. We gaan de compromis tekenen.” Watte? Huh? Hoe? Watte? Zware stem: “Laten we er korte metten mee maken. We gaan de compromis tekenen als jullie nog steeds willen.” De moeder van F slaakte een kreet. Mijn vader en broer stonden aan de grond genageld. F verstond er niks van en schoonvader vloekte. En ik, ik wist niet waar ik het had… De tranen sprongen mij in de ogen en rolden van mijn wangen. Ik was sprakeloos. Voor de eerste keer kon ik niet ratelen.
Een halfuur later was de zaak geklonken. We kregen al een foto mee van het huis. Zaterdag zouden we de defintieve compromis tekenen. F en ik trakteerden iedereen op een etentje in een restaurant waarvan we pas later beseften hoe vreselijk het was. We belden F’s zus op om haar het ongelooflijke nieuws te melden. Mijn moeder kreeg het nieuws eveneens via telefoon. Maar ze begreep de hele situatie niet en kwam af naar het restaurant. Zelfs Lieselotte was erbij. Toeval wou dat ze in de buurt was die avond en op bezoek kwam. En zo hadden wij iedereen bij ons die ons nauw aan het hart liggen om deze mooie dag te vieren. Het kon niet beter. Eindelijk had ik mijn steak met frieten en een kwak mayonaise.







