Snoepreisje met bittere nasmaak
Een snoepreisje: vier dagen skiën met materiaal en skipas inbegrepen, chique hotel, elke avond vijfgangenmenu en zelfs sauna en zwembad. Decadente luxe met andere woorden. Deze keer waren broer en vriendin A. mee. We vertrokken zondagavond op de parking van de Makro in Eke met een slaapbus. Na een stop in Sint-Niklaas om nog wat volk op te halen en de film The Hole Nine Yards, lagen we allen vredig te slapen.
’s Ochtends werden we wakker met zicht op besneeuwde bergen. We maakten al snel kennis met Wouter en Joris (beenhouwer en eigenaar van een versmarkt in Sint-Amandsberg). Met de zon op ons gelaat huppelden we allemaal vrolijk om ons materiaal. F, A. en Wouter zouden skiën, broer en Joris snowboarden en ik bleef trouw aan mijn snowblades. We namen de skibus naar het Ischgl. Een halfuur later gleden we naar beneden. Heerlijk!
Wanneer we in de late namiddag terug waren in het hotel, lonkte het zwembad. Jammer, want F was zijn zwembroek vergeten. Komt ervan als je de bagage niet nakijkt van uw ventje, dacht ik bij mijzelf. Gelukkig kon hij een zwembroek lenen. Verwarmd zwembad, sauna, stoomcabines: zalig na een dagje ski!
Het eten was geen vier sterren waard maar het smaakte wel na een dagje sport. Tijdens de afterdrink, besloot iedereen behalve ik om de volgende dag een wat anders te proberen: F en Wouter zouden snowboarden, Joris ski en A. en S. snowblades. Dat zou lachen worden.
De volgende dag stond ik klaar met mijn fototoestel om de probeersels vast te leggen. Deze keer zouden we in Galtür blijven. Een iets kleiner skigebied maar veel gezelliger. F, Wouter en Joris vielen constant op hun gat. Hilarisch. Maar zoals mijn ventje vele verborgen talenten heeft, was hij na een uurtje al van de rode pistes aan het sjezen. Joris, gefrustreerd omdat hij er tien dagen over gedaan had om te leren boarden, vervloekte de ski’s en hernam het snowboarden. Broer en Annelies waren zeer blij dat ze mijn raad hadden opgevolgd om over te stappen op ‘bladen’. Wouter zou de rest van de dag de babypiste afgaan op zoek naar de goede techniek terwijl F smalend voorbijgleed.
De volgende dagen was het elke dag hetzelfde liedje: stijf opstaan, ontbijtbuffet, botten aan, ski’s of borden over de schouder, zon op het gezicht, beste pistes ooit afglijden, ’s middags vettig eten, opnieuw glijden, zwembadje en sauna om te ontspannen, dutje, aperitief, vijfgangenmenu, pousse-café, après-ski of vroeg naar bed. In één woord: genieten…
De laatste dag wouden we ons nog eens volledig smijten, alles halen uit de laatste uurtjes sneeuwpret. Tegen vier uur gaf iedereen, behalve F en ik, er de brui aan. Hup, de lift op en maar glijden. Wedstrijdjes, F in de diepsneeuw, ik in de diepsneeuw. Tot de laatste minuut wouden we ons lichaam martelen. We namen de laatste lift. Klaar met het fototoestel, porde ik F aan: ‘Allé, nog een sprongske!’ Vele sprongkes en valpartijen later, zagen we het einde 100 meter verderop. Nog een laatste jump van de Lord of the Board… En daar was die kreet. F zat voorovergebogen en lachtte. Of was het huilen?
Resultaat van de laatste jump: drie gebroken middenbeentjes aan de linkerhand en zes weken in de gips.








