Verwondering
Doordat ik bij mijn schoonouders woon, leer ik hen een beetje beter kennen. Mijn schoonvader is in vele opzichten een excentriekeling. Hoewel ik hem altijd graag had, weet ik hem nu ten volle te appreciëren voor zijn persoon. Achter zijn ruwe bolster van oneindige kennis en rationaliteit, schuilt een man met een groot hart, oog voor detail en liefde voor eenvoud. Ik had echter nooit verwacht zo verwonderd te zijn.
Wanneer F al in zijn bedje ligt, hebben zijn vader en ik regelmatig gesprekken. Zoals eerder vermeld, ben ik geen spreker. Dus voert schoonvader monoloog na monoloog over zeer uiteenlopende zaken: ons huisje in opbouw, poëten, de franse cultuur, muziek, het leven in het algemeen. En ik luister. Af en toe weet hij mij te pakken met mooie woorden. Ze snijden dan door merg en been en stemmen tot nadenken. Ze weerklinken in mijn gedachten en eisen om gehoor. Iemand die zo’n effect teweegbrengt, is in mijn ogen een kunstenaar. Zijn woorden maken gevoelens los of scheppen een bepaalde sfeer. Ik onthoud die exacte woorden niet altijd maar wel de gevoelens of die welbepaalde sfeer. Dat is kunst, of toch de bedoeling ervan. Omdat ik ze niet wil vergeten, wil ik ze nog snel even digitaliseren zodat ik ze later opnieuw kan lezen:
‘Vivons caché, vivons heureux.’
Hij vertelde toen over hoe hij zag dat vooral ik maar ook wij (F en ik), een eigen leefcultuur hebben. Dat een huisje een middel is om mij af te sluiten van de wereld, van de mensen. Leven op een eiland waar niemand of niets het geluk, dat wij daar vinden, kan verstoren. Ik vond dit een prachtige uitspraak omdat dit inderdaad het geval is. Het verwoordt volledig mijn gevoel over ons huisje in wording.
‘Warten, lesen und Briefen schreiben. Und wandern.’ citeerde hij “Dat is een een teken van eenzaamheid.”
Dit zei hij over mij, omdat ik vaak hier wat zit te schrijven en te dromen, in mijn eentje. Alweer heeft hij gelijk. Ik had het echter nog nooit zo bekeken. Het is een soort eenzaamheid. Ik ervaar ze echter niet als negatief.
‘Il faut aimer ce qu’il n’y a qu’une fois.’
Toen gaf hij ons de raad te genieten van deze tijd. De tijd dat ons huisje in opbouw is. Dat deze tijd maar éénmalig is. Dat we die nooit meer opnieuw kunnen meemaken.
‘Zelfs al weet ik dat de wereld morgen vergaat, toch zal ik vandaag een boompje planten.’
Mooi… Hier schuilen veel betekenissen. Voor mij beschrijft dit de essentie van het leven, zorg voor de natuur, respect voor alles wat leeft, geborgenheid, een zekere tederheid, liefde maar ook vergankelijkheid en bewustzijn.
Naast zijn uitspraken/citaten zijn er nog talloze momenten en woorden die mij zullen nablijven wanneer we hier het huis uit zijn. Ondermeer zijn onvervalst enthousiasme over ons huisje, zijn boosheid ten opzichte van een getuige van Jehova die haar kind van deur tot deur meesleurde om het geloof te prediken en hoe deze actie hem tegen de borst stootte, zijn dagelijkse bezoeken aan onze tuin, zijn bewondering voor de imposante en soms dreigend-lijkende natuur, zijn bezorgdheid over het kleinste poesje uit Io’s nest en hoe hij het tengere beestje tegen zijn borst aandrukte, hoe hij zich op een avond naast mij kwam zetten op de grond in zijn chique kostuumbroek, hoe F en ik aan het discussiëren waren over het wel/niet op het dak kruipen en hoe hij diegene was die mij tot nadenken heeft gebracht ipv gewoon zijn wil te willen opleggen, hoe hij erin slaagt om mijn smaak ‘kneuterig’ te noemen zonder mij te krenken, hoe hij mij weet te vatten, hoe hij erin geslaagd is van te bepalen waar onze diepvries komt in ons huisje en hoe grappig ik hem vind wanneer hij loopt te huffen en te puffen van de warmte.








